De zelfcensuur van een Thaise journalist

Zijn ouders hebben het eten uit hun mond gespaard om hem journalistiek te laten studeren. Dat is geen cliché. Het gezin in een verre uithoek van Thailand moest zelfs op de toch al karige maaltijd bezuinigen om de studie van zoonlief te bekostigen.

Of hij niet beter arts of advocaat kon worden, hadden ze gevraagd. Dat verdient beter. Maar ze accepteerden dat hij koos voor zijn droom. Schrijven voor een krant. Daarna misschien interviewen op tv.

Hij werkt nu – een paar jaar na zijn afstuderen – als dagbladjournalist in Bangkok. Met die job heeft hij gemazzeld. Die gaat hij niet op het spel zetten.

Je hebt connecties nodig

Thailand kent van oudsher een kleurrijke veelheid aan kranten, maar voor een eenvoudige jongen is het niet gemakkelijk daar aan de bak te komen.

Je hebt connecties nodig – via zakelijke of familiare lijnen. Maar gelukkig selecteerde de redactiechef zijn brief. Zijn familie komt van oorsprong uit dezelfde regio en dat schept in miljoenenstad Bangkok een band.

Nu zorgt hij voor zijn ouders – zo hoort dat in Thailand. Het bedrag dat hij elke maand overmaakt is kleiner dan hij zou willen. Maar het leven  in de hoofdstad is duur. Na aftrek van huur, eten en vervoer blijft er niet veel over van zijn maandsalaris van omgerekend nog geen 750 euro.

Afgeplakte mond op Facebook

Zo. Snapt zijn westerse journalistieke praatpaal nu dat hij zijn baan liever niet op het spel zet?

Dat hij niet weet of hij zijn gezicht met afgeplakte mond op Facebook zet, zoals sommige collega’s uit protest doen?

En dat hij twijfelt over aansluiten bij mogelijke acties tegen de ingeperkte persvrijheid, waarover de twee Thaise journalistenverenigingen vergaderen?

Zonder geld ben je vogelvrij

Heb je connecties of heb je geld, dan kan je als journalist niet zoveel gebeuren. Zo zit de hele Thaise samenleving in elkaar, weet hij.

Nadat ze een talkshow presenteerde met voor de junta omstreden gasten, is de bekende tv-journaliste Nattaya Wawweerakup tijdelijk op non-actief gezet door het enige onafhankelijke tv-station Thai-PBS. Om de militairen tegemoet te komen. Haar baan zal ze niet verliezen.

Maar een beginnend journalist uit een arme familie, zoals hij, wordt als het moet gemakkelijk als zondebok aangewezen en ontslagen.

De kans is groot dat hij nooit meer een baan zou krijgen. Niet bij een krant. En zeker niet bij de tv, want bijna alle zenders zijn sinds mensenheugenis in handen van regering of militaire top – die tijdens de coup twee handen op een buik zijn.

Het geluk terug voor de mensen

Direct na de coup moesten in Thailand alle tv-zenders op zwart en kondigden militairen aan in te grijpen als kranten negatief over de staatsgreep berichtten.

Alle stations zijn weer te ontvangen. Enkele partijgebonden zenders mogen alleen nog amusementsprogramma’s uitzenden en alle kanalen zijn verplicht om op vrijdagavond het programma van generaal-premier Prayuth uit te zenden: ‘Het geluk terug voor de mensen’.

Voor alle media geldt nog steeds dat ze geen ruimte mogen bieden aan opruiende en conflict veroorzakende interviews of reportages. Opiniestukken van oud-politici en voormalige directeuren van overheidsorganisaties zijn verboden. Academici mogen geen politieke stukken publiceren. En als er al illegale discussiebijeenkomsten of persconferenties zijn over zaken die de coup betreffen, mogen journalisten daar geen inhoudelijk verslag van doen.

Zelfcensuur is logisch

Onze jonge collega is in de praktijk nog niet tegen censuur aangelopen. Zijn krant gaat, zoals alle media, het conflict met de militairen uit de weg.

Ja natuurlijk is dat zelfcensuur, weet hij. Daarover is door hem en zijn collega’s niet eens gediscussieerd. Iedereen snapt dat. Het heeft geen zin heeft om stukken te schrijven die niet in de krant komen. En als ze er wel in komen, leidt dat onherroepelijk tot een ban, waardoor de krant niet meer verschijnt en je lezers helemaal niet meer kunt informeren.

Het was het dilemma van Nederlandse journalisten in oorlogstijd, maar dat weet hij natuurlijk niet. Schrijven tussen de regels door of de krant sluiten.

De situatie in Thailand is niet te vergelijken met de Duitse bezetting. Maar feit is wel dat ook hier de krijgswet geldt en lastige journalisten – net als andere burgers – zonder normale rechtsgang kunnen worden vastgezet. Hoeveel mensen dat overkomt, is niet bekend.

Mee voor ‘een goed gesprek’

Dat journalisten zich opeens openlijk beginnen te roeren, komt door de op non-actiefstelling van de populaire Nattaya en het verbieden van een persconferentie op twee opeenvolgende dagen.

Tijdens de bijeenkomst met de pers willen actievoerders tegen de door het leger geïnitieerde landhervorming hun standpunt toelichten. Maar die kans krijgen ze niet. Voor ‘een goed gesprek’ worden ze meegenomen naar een politiebureau. In hartje hoofdstad. Onder ogen van aanwezige journalisten.

Incidenten komen hard aan op redactie

Ook op zijn redactie komen beide incidenten hard aan, zegt hij. Hij en zijn collega’s hadden de indruk dat het leger langzaam de teugels zou laten vieren. En dat de krijgswet z’n langste tijd heeft gehad.

Nu lijkt de spanning alleen maar toe te nemen, vreest hij. Al zegt hij wel blij te zijn met de reactie van een legerwoordvoerder.

Die zegt dat de militairen niet met harde actie zullen optreden, maar met journalisten en media allen dringende gesprekken voeren om uit te leggen wat het risico is van bepaalde berichtgeving. Het is aan de media om daarop maatregelen te nemen. Tot nu toe komen we er altijd uit, aldus de zegsman.

Begrip voor staatsgreep

Hij weet dat collega-journalisten in het westen hem niet zullen begrijpen. Die hebben makkelijk praten. Maar hij heeft wel degelijk begrip voor de staatsgreep. Net zoals de meeste Thai. En, zegt hij, ook heel veel journalisten. Dat maakt de actiebereidheid niet groot. Zeker niet vlak na de coup.

Vergeet niet, zegt hij, dat Thailand nooit een echte democratie is geweest. En dat de persvrijheid nooit optimaal was. Eerst was het de oude elite die de touwtjes in handen had – ook bij de media. Daarna populistische politici die met geld probeerden media te beïnvloeden – door ze te kopen of door journalisten om te kopen.

Het brengen van een echte democratie, dat is wat het leger zegt te beogen. Door de corruptie te bestrijden. Door populisme uit te bannen. En vriendjespolitiek. Dat is toch toe te juichen, stelt hij vragend.

Typische reactie uit het westen

Hij vond het typisch dat buitenlandse regeringen en mensenrechtenorganisaties al direct na de staatsgreep het recht op vrije meningsuiting en persvrijheid eisten.

Vanuit het perspectief van het leger begrijpt hij tijdelijke controle op de media. Zouden westerse journalisten dat begrip niet hebben?

Als je de rust in een land wilt herstellen, moet je geen opruiende berichten hebben. Daar hadden we juist maandenlang last van gehad toen oppositie en regering tegenover elkaar stonden, zegt hij. Niemand voelde zich meer veilig.

Meningsvorming hard nodig

Maar na een half jaar vindt hij het wel tijd worden dat de persvrijheid terug komt. Want als je zegt te werken aan de komst van een stabiele democratie, zoals het leger zegt te doen, dan heb je ook meningsvorming nodig en daarbij zijn de media onmisbaar.

Hij spreekt oprecht de hoop uit dat de militairen goede en eerlijke journalistiek snel de ruimte geven. Voor hem zelf – al was het maar omdat hij dan niet meer hoeft na te denken over actie voeren of niet. En voor de toekomst van zijn land.

Both comments and pings are currently closed.

Comments are closed.