Geen enkel dier is heilig in Thailand

Thaise dierenliefde is ondoorgrondelijk.

Neem de olifant, ’s lands aloude en trotse nationale symbool. Opeens kreeg hij overal in bloedheet Thailand een dikke wollen namaak-pandavacht aangemeten.

Ter ere van Lin Ping, de enige op Thaise bodem geboren reuzenpanda, de nationale knuffelbeer.

Of neem de honden in dorpen op het platteland en in de soi (smalle zijstraten) van Bangkok. De gemiddelde Thai kijkt niet naar ze om. Nooit een aai over de bol.

Maar eten krijgen ze wel toegeworpen. Want zo’n beest kan de reïncarnatie zijn van het overleden zwarte schaap van de familie, gestraft met een hondenleven – en het blijft toch familie.


Ook de arme broertjes en zusjes van de hoofse Siamese kat hoeven niet te rekenen op warme aandacht. Thai lachen niet begrijpend als een buitenlander zich bukt om zo’n mormel aan te halen.

Maar niemand jaagt katten weg en niemand doet ze kwaad. De korte en naar het lijkt afgesneden staarten zijn dus niet het gevolg van massaal kattenkwaad. Het is een genetisch bepaalde misvorming, die de hele Thaise kattengemeenschap heeft getroffen.

Ander voorbeeld van opmerkelijke Thaise dierenliefde:

Bij tempels als goede daad uit kooitjes vogeltjes vrij kopen, waarvan je weet dat die niet lang van hun vrijheid kunnen genieten. De vleugeltjes zijn kort gewiekt, waardoor assistenten van de goede daden-verkopers de ongelukkige fladderaars verderop weer gevangen kunnen nemen.

Opoffering

Of het om vogeltjes gaat of om olifanten, de Thai houdt van dieren. Maar niet zeuren. Voor niets gaat de zon op en de kost moet worden verdiend. Niet alleen mens, maar ook dier moeten werken.

Een lamme vleugel of een verkleedpartij is eenzelfde soort opoffering, die de vaak arme eigenaar zich dagelijks moet getroosten om te overleven. Zolang de dieren niet wegkwijnen, past dat in de boeddhistische wet dat je elk leven moet respecteren.

Geen enkel dier is heilig.

Om die reden ook vermaken reguliere dierentuinen zonder aarzeling het publiek met aapjes in pakjes die kunstjes doen. Getraind personeel speelt gevaarlijke spelletjes met krokodillen en cobra’s. En olifanten spelen samen in een orkest, ‘slurven’ schilderijen en dansen op Le Carnaval des Animaux.

Warm asfalt

Met het ontstaan van een Thaise middenklasse, lijkt de dierenliefde in steden en bij de politieke elite rap te verwesteren.

Bangkok heeft alle olifanten uit het straatbeeld verbannen. Die horen niet thuis in een moderne metropool, aldus het stadsbestuur. Maar bovenal wil het zo een eind maken aan de martelgang van gevoelige olifantspoten op warme asfalt.

De landelijke overheid sluit zich aan bij het al lang bestaande internationale verbod op handel in ivoor. Ze roept via een vergunningensysteem ook een halt toe aan illegale import van wilde olifanten uit Myanmar (Birma).

Tijgertempel gesloten

De ooit beroemde Tijgertempel werd in 2016 gesloten, omdat de monniken zich schuldig maakten aan illegale internationale dierenhandel. En aan verkoop van tijgeronderdelen voor geneeskudnige drankjes.

In natuureservaten intensiveren boswachters de oorlog met bendes, die in natuurreservaten jagen op de laatste wilde Aziatische tijgers.

Op straat treedt de politie treedt harder op tegen beschermde apen als attractie in het toeristische nachtleven (zie Thaise seksshow bestaat toch!).

Hondenvlees

Goed nieuws ook voor straathonden: Steeds vaker onderschept de douane in het noorden en oosten van het land illegale hondentransporten.

Nee, is hier alom de verontwaardigde reactie, in Thailand wordt geen hondenvlees gegeten. Ook niet in het arme noordoostelijke landsdeel Isan. Maar in Vietnam wel. Zoveel, dat daar zelfs Thaise honden welkom zijn. Mager, maar gezond.

Die hondenhandel op zich is niet verboden, maar wel moet belasting worden betaald. Nu de hondenvangers daartoe door het verscherpte toezicht vaker zijn gedwongen, worden de dieren te duur voor de Vietnamese markt en zakken handel en hondenjacht in.

Dierengekte

Met de verwestering van de dierenliefde ontstaat in Thailand nu ook dierengekte.

Welgestelde dames lopen in betere buurten trots rond met een pluizig hondenbeestje onder de arm. Of liever nog drie in een wandelwagentje – beschermd tegen de verbaasde blikken van de straathonden. Duurdere supermarkten varen er wel bij: de keuze uit westerse blikjes voer voor hond en kat groeit er snel. Het nationale geknuffel van cinema box reuzenpanda Lin Ping is het toppunt van dierengekte. Het vrouwtje heeft haar eigen tv-zender en ontvangt in de dierentuin van de stad Chang Mai hoge gasten uit het hele land. De populariteit van de inmiddels overleden Duitse ijsbeer Knut was er niets.

Knuffelpanda

Panda Lin Ping werd in Thailand geboren uit een samenzijn van twee tijdelijk in China gehuurde dieren. De Thai willen hun knuffelpanda niet meer kwijt, maar de overheid moet daar flink voor in de buidel tasten – zo’n 800.000 euro per jaar. Daarbij komen kosten voor een luxe vakantie naar China, waar Lin Ping kennis maakt met enkele huwelijkskandidaten. Daar is een jaar voor uitgetrokken. Reuzenpanda’s zijn nogal kieskeurig op dat gebied.

Voorzitster Soraida Salwala van de Friends of the Asian Elephants Foundation zet vraagtekens bij de subsidie voor de reuzenpanda.

‘Onze eigen olifanten krijgen nu nog geen satang (cent) overheidsgeld. Het zou mooi zijn als de regering een zelfde bedrag investeert in de toekomst van ons nationale symbool.’

THAILAND TIP – Olifantenshows: De meeste West-Europese reisorganisaties hebben deze shows uit hun programma’s geschrapt. Reden: Mishandeling van de dieren met prikstokken tijdens training. Die stokken zijn inderdaad een feit. – Olifantrijden: Reisorganisaties boeken ook geen olifantrijden meer. Reden: De rug is minder sterk dan het lijkt. Daar denken de Thai anders over. – Aanhalen straathonden: Stellen dat niet altijd op prijs. Kunnen ook allerlei ziektes hebben, inclusief hondsdolheid.

Both comments and pings are currently closed.

Comments are closed.